Dan- en Kyu-examenreglement Judo

NB. Overal waar in dit reglement de mannelijke vorm wordt gebruikt, wordt ook de vrouwelijke vorm bedoeld.

Algemeen

Artikel 1. Voorwaarden

  1. Dan- en Kyu-graden worden slechts door de JBN erkend indien zij op de volgens dit reglement voorgeschreven wijze zijn behaald. Alle erkende Dan- en Kyu-graden zijn bondsgraduaties.
  2. Er mogen geen medische bezwaren bestaan tegen deelname aan een examen zoals bedoeld in dit reglement. Deelname aan de examens geschiedt op verantwoording van de kandidaat.
  3. Om in aanmerking te komen voor een Dan- of Kyu-graad dient men lid te zijn van de JBN.
  4. Om deel te kunnen nemen aan een examen voor de 1e Dan dient de kandidaat tenminste drie jaar lid van de JBN te zijn. Bij een onderbroken lidmaatschap moet de kandidaat kunnen aantonen dat hij tenminste drie jaar lid is geweest van de JBN.
  5. In bijzondere gevallen beslist het bondsbestuur.

Artikel 2. Registratie

  1. Alle op de voorgeschreven wijze behaalde Dan- en Kyu-graden (vanaf de 5e Kyu) worden door de JBN geregistreerd.
  2. Een hogere Dan- of Kyu-graad kan uitsluitend worden verleend indien de vorige bij de JBN staat geregistreerd.
  3. Over registratie van een in het buitenland behaalde graad beslist het bondsbestuur.

Kyu-graden

Artikel 3. 6e t/m 1e Kyu

  1. De 6e tot en met de 1e Kyu kunnen, al dan niet na een vaardigheidsproef, worden verleend door een judoleraar-B of een judoleraar-A. De 6e tot en met de 3e Kyu kunnen worden verleend door een jeugdjudoleider onder begeleiding van een judoleraar-B, zoals bedoeld in het examenreglement voor jeugdjudoleider.
  2. De vaardigheidseisen voor de 6e tot en met de 1e Kyu worden bepaald door de judoleraar in zijn school of vereniging, overeenkomstig richtlijnen van de JBN.
  3. De judoleraar (jeugdjudoleider) dient zich er van te overtuigen dat de judoka, die een nieuwe Kyu-graad ontvangt, lid is van de JBN.
  4. Regelingen omtrent uitmonstering en leeftijd voor de jeugd zijn vastgelegd in het Nationaal Graduatiesysteem Jeugdjudo.
  5. De nieuwe Kyu-graad moet met vermelding van datum direct worden afgetekend in het bondspaspoort door een in lid 1 genoemde leerkracht.
  6. Na het verlenen van een Kyu-graad moet hiervan een opgave worden verstrekt aan het bondsbureau, overeenkomstig de door het bondsbestuur vast te stellen richtlijnen. Voor de 6e Kyu, alsmede voor de zogenaamde 'slip' graduaties voor de jeugd, is dit niet nodig.
  7. Tussen het verlenen van twee opeenvolgende Kyu-graden ligt een wachttijd van tenminste zes maanden. Na een met redenen omkleed schriftelijk verzoek van de betreffende leerkracht kan het bondsbestuur toestemming geven deze termijn te verkorten.

Graduaties 1e t/m 5e Dan

Artikel 4. Wachttijden en leeftijden

Het behalen van een Dan-graad is verbonden aan wachttijd en leeftijd:

Dan: Minimum wachttijd tot deelname aan techniek examen Minimum leeftijd bij deelname aan techniek examen
1e 1 jaar 1e kyu 15 jaar
2e 1 jaar 1e Dan 17 jaar
3e 2 jaar 2e Dan 20 jaar
4e 3 jaar 3e Dan 24 jaar
5e 4 jaar 4e Dan 29 jaar

Cursisten die een opleiding volgen voor judoleraar-A of voor judoleraar-B zijn tot en met de 3e Dan vrijgesteld van wachttijd

Een kandidaat voor de 4e en de 5e Dan mag twee jaar vóór het beëindigen van de wachttijd starten met deelexamens, zoals bedoeld in artikel 6 lid 2, voor zijn volgende Dan. Op de datum van het laatste deelexamen dient hij te voldoen aan de vastgestelde wachttijd en leeftijd.

Artikel 5. Examen

  1. Voor de 1e tot en met de 5e Dan moet, behoudens het bepaalde ten aanzien van promoties zoals bedoeld in artikel 21 en 22, een examen worden afgelegd.
  2. Voor het deelnemen aan een examen voor de 4e en de 5e Dan is goedkeuring vereist van het bondsbestuur, voor de 1e, de 2e en de 3e Dan van het districtsbestuur.
  3. Bij elk examen moeten de kandidaat en diens partner(s), zoals bedoeld in artikel 15, bondspaspoort en het betaalbewijs contributie van het lopende jaar inleveren, alsmede het in artikel 9 lid 8 omschreven bewijs van deelname.

Artikel 6. Soorten examens

  1. Een examen voor de 1e, de 2e en de 3e Dan bestaat uit een wedstrijd gedeelte, gevolgd door een techniek examen. Een kandidaat is echter niet verplicht aan het wedstrijd gedeelte deel te nemen. Als een kandidaat deelneemt aan het wedstrijd gedeelte en daarvoor slaagt krijgt hij vrijstelling van een gedeelte van het techniek examen.
  2. Een examen voor de 4e en de 5e Dan bestaat uit alleen een techniek examen. Dit examen kan worden afgelegd in deelexamens. De kandidaat bepaalt zelf wanneer hij op de in artikel 8 lid 1 bedoelde data één of meerdere examen(s) zal afleggen.

Artikel 7. Nationale Graden Commissie Judo (NGCJ) en Districts Graden Commissies Judo (DGCJ)

  1. Het bondsbestuur benoemt de NGCJ. Elk districtsbestuur benoemt een DGCJ.
  2. Organisatorisch valt de DGCJ onder het districtsbestuur. De DGCJ's werken volgens de richtlijnen van de NGCJ.
  3. Leden van de NGCJ dienen judoleraar-B te zijn en tenminste de 6e Dan judo te bezitten. Leden van de DGCJ dienen judoleraar-B te zijn en tenminste de 4e Dan judo te bezitten. De NGCJ en de DGCJ's kunnen een persoon, lid van de JBN, aanstellen wiens uitsluitende taak het is secretariaats- en administratieve werkzaamheden van de betreffende commissie te verrichten. Deze persoon maakt geen deel uit van de commissie en heeft daarin geen stemrecht. Hij behoeft derhalve niet te voldoen aan hetgeen in de eerste alinea van dit lid gesteld is.

Artikel 8. Taakomschrijving NGCJ en DGCJ's

  1. De NGCJ organiseert en leidt de examens voor de 4e en de 5e Dan. De data, tijden en locaties van deze examens worden vastgesteld door het bondsbestuur.
  2. De NGCJ beziet de vaardigheidseisen en stelt wijzigingen voor aan het bondsbestuur.
  3. De NGCJ adviseert het bondsbestuur bij bijzondere promoties t/m de 5e Dan, zoals omschreven in artikel 22.
  4. De DGCJ's organiseren en leiden de techniek examens voor de 1e, de 2e en de 3e Dan.
  5. De data, tijden en locaties van deze examens worden vastgesteld door het betreffende districtsbestuur.
  6. Examen toernooien, zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 en 2, staan onder supervisie van de DGCJ's maar het districtsbestuur draagt de verantwoording voor de organisatie.
  7. De DGCJ's dragen ook zorg voor de registratie van de resultaten behaald op het wedstrijdgedeelte van het examen zoals bedoeld in artikel 6 lid 1.
  8. Tenminste éénmaal per jaar vindt overleg plaats tussen de NGCJ en de DGCJ's met onder andere de bedoeling eenheid in de beoordeling van de examens te bevorderen.

Artikel 9. Aanvraag examen

  1. De kandidaat dient het aanvraagformulier danexamen in te vullen en te laten medeondertekenen door een judoleraar-B, die lid moet zijn van de JBN. Voor een aanvraag voor de 1e of de 2e Dan dient deze in het bezit te zijn van een hogere Dan, dan de graad waarvoor examen wordt aangevraagd. Voor de aanvraag voor de 3e, de 4e en de 5e Dan dient deze minimaal dezelfde Dan te bezitten.
  2. Voor de 4e en de 5e Dan dient het aanvraagformulier naar het bondsbureau gestuurd te worden, voor de 1e, de 2e en de 3e Dan naar een door het districtsbestuur op te geven adres van het district waar de kandidaat staat geregistreerd.
  3. Het bondsbestuur respectievelijk de districtsbesturen bepalen welke bescheiden met het aanvraagformulier moeten worden meegezonden.
  4. De kandidaat dient op het aanvraagformulier aan te geven of hij wel of niet aan het wedstrijd gedeelte van het examen zal deelnemen.
  5. Het bedrag dat voor examengeld verschuldigd is wordt door het bondsbestuur vastgesteld.
  6. Een aanvraagformulier wordt pas in behandeling genomen na ontvangst van het examengeld.
  7. De op het aanvraagformulier vermelde gegevens worden gecontroleerd aan de hand van de registratie op het bondsbureau. Indien de aanvraag niet aan de gestelde eisen voldoet zal het formulier worden teruggestuurd naar de kandidaat.
  8. Als de aanvraag voldoet aan de eisen dan ontvangt de kandidaat een bewijs van deelname. De geldigheidsduur van het bewijs van deelname is voor:
    • 1e, 2e en 3e Dan: twee jaar;
    • 4e en 5e Dan: drie jaar.

    Behoudens het daaromtrent bepaalde in artikel 18 lid 5 (voor de 1e, de 2e en de 3e Dan) komen, indien de geldigheidsduur verstreken is en de kandidaat niet geslaagd is, alle reeds behaalde resultaten te vervallen. In dat geval dient de kandidaat opnieuw het examen aan te vragen zoals vermeld in lid 1 tot en met 7.

  9. Het bondsbestuur respectievelijk het betreffende districtsbestuur kan de in lid 8 genoemde termijn verlengen. De kandidaat kan hiervoor een met redenen omkleed schriftelijk verzoek indienen.

Artikel 10. Wedstrijd gedeelte van het examen

  1. Het wedstrijd gedeelte van het examen kan worden afgelegd door deelname aan wedstrijden zoals omschreven in lid 2 en 5, behoudens die welke in teamverband worden gehouden.
  2. Een districtsbestuur kan nationale open examen toernooien organiseren. Kandidaten uit het gehele land kunnen hieraan deelnemen, indien zij in bezit zijn van een bewijs van deelname zoals bedoeld in artikel 9 lid 8.
  3. Het bondsbestuur stelt het bedrag vast dat aan inschrijfgeld voor de nationale open examen toernooien verschuldigd is.
  4. De data, tijden en locaties alsmede de manier van aanmelden en betalen van inschrijfgelden dienen door het betreffende districtsbestuur uiterlijk in de maand augustus aan het bondsbestuur te worden opgegeven. Deze gegevens worden door het bondsbestuur vermeld in de officiële mededelingen van de JBN.
  5. Behoudens de resultaten behaald bij de in lid 2 bedoelde nationale open examen toernooien, gelden ook de resultaten behaald door deelneming aan:
    1. Nationale bondskampioenschappen en de voorselecties daarvan in de districten.
    2. Internationale evenementen, voorzover men door de JBN is aangewezen om hieraan deel te nemen of daarvoor schriftelijk toestemming heeft gekregen van het bondsbestuur.
    3. Wedstrijden, die door het bondsbestuur of door een districtsbestuur zijn aangewezen als zijnde geldend voor het behalen van examenpunten.
      Aan die aanwijzing zijn de volgende eisen gesteld.
      • De organisatoren dienen borg te staan voor een goede organisatie en de wedstrijdleiding moet naar het oordeel van het bondsbestuur respectievelijk het districtsbestuur voldoende deskundig zijn.
      • De matafmetingen dienen te voldoen aan het daaromtrent gestelde in de Wedstrijdbepalingen Judo.
      • De kandidaten moeten in poules, groepen en vervolgwedstrijden worden ingedeeld die aan de volgende voorwaarden voldoen:
        • leeftijdsgroepen en gewichtsklassen dienen overeen te komen met het daaromtrent bepaalde in de Wedstrijdbepalingen Judo;
        • alle deelnemers dienen minimaal de 2e Kyu judo te bezitten;
        • de wedstrijden moeten worden geleid door drie bondsscheidsrechters met geldige licentie.
      • Aan de wedstrijden dient voldoende bekendheid gegeven te worden. Dat wil zeggen dat op districtsniveau minstens alle in dat district aangesloten scholen en verenigingen en andere rechtspersonen uitgenodigd dienen te worden.
      • Op de convocatie dient vermeld te worden dat toestemming werd verleend voor het behalen van examenpunten.
  6. De wedstrijdduur van elke wedstrijd van de in lid 5 genoemde wedstrijden is overeenkomstig hetgeen daaromtrent is vastgesteld in de Wedstrijdbepalingen Judo.
  7. De examenpunten welke voor het wedstrijd gedeelte van het examen kunnen worden behaald zijn overeenkomstig de wedstrijdpunten zoals vastgelegd in de Wedstrijdbepalingen Judo.
  8. De volgende bonuspunten kunnen als examenpunten worden behaald bij:
    1. Nationale bondskampioenschappen, officiële internationale militaire/politie/studenten kampioenschappen:
      • 1e plaats - 40 punten
      • 2e plaats - 30 punten
      • 3e plaats - 20 punten
    2. Voorselectie nationale bondskampioenschappen in de districten, officiële Nederlandse militaire/politie/studenten kampioenschappen:
      • 1e plaats - 20 punten
      • 2e plaats - 15 punten
      • 3e plaats - 10 punten

    Bovenvermelde bonuspunten kunnen slechts geregistreerd worden als de kandidaat tenminste drie wedstrijden (partijen) heeft gemaakt en er in zijn categorie tenminste acht deelnemers waren.

  9. De aantekening van de behaalde examenpunten alsmede het aantal wedstrijden bij de nationale open examen toernooien waaraan werd deelgenomen, geschiedt door of namens de betreffende DGCJ in het bondspaspoort van de kandidaat en verkrijgt zijn geldigheid door een afdruk van het DGCJ-stempel.
  10. Een district is verplicht om minimaal vier maal per jaar de gelegenheid te bieden examenpunten te behalen.
  11. Een kandidaat heeft gedurende de geldigheidsduur van zijn bewijs van deelname recht op maximaal 20 wedstrijden bij de nationale open examen toernooien.
  12. Het wedstrijd gedeelte van het examen is afgerond wanneer 100 examen punten zijn behaald.

Artikel 11. Organisatie nationale open examen toernooien

  1. Het districtsbestuur bepaalt de wijze waarop een kandidaat zich voor de afzonderlijke nationale open examen toernooien dient aan te melden en hoe het inschrijfgeld moet worden betaald.
  2. Bij de vorming van poules zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de gewichtsklasse, graad en leeftijd van de kandidaten, met dien verstande dat het gewichtsverschil tussen de lichtste en de zwaarste kandidaat per poule nooit meer mag bedragen dan 10 procent, uitgaande van het gewicht van de lichtste deelnemer. Vrouwelijke en mannelijke kandidaten worden in aparte poules ingedeeld.
  3. Indien er voldoende deelnemers zijn heeft iedere kandidaat recht op vijf wedstrijden per nationaal open examen toernooi.

Artikel 12. Techniek examens

  1. In elk district worden minimaal tweemaal per jaar techniek examens voor de 1e, de 2e en de 3e Dan afgenomen.
  2. Het techniek examen voor de 4e en de 5e Dan vindt tweemaal per jaar plaats.
  3. Wijzigingen van vaardigheidseisen treden eerst in werking in de maand september van het jaar volgend op het jaar waarin deze wijzigingen zijn aangekondigd.
  4. De vaardigheidseisen voor het techniek examen voor de 1e tot en met de 5e Dan zijn opgenomen in hoofdstuk 6.4.
  5. De volgende vrijstellingen worden verleend:
    • Kandidaten met 100 examenpunten hebben voor het examen voor de 1e Dan een vrijstelling voor het onderdeel Nage-No-Kata.
    • Kandidaten met 100 examenpunten hebben voor het examen voor de 2e Dan een vrijstelling voor de series 4 en 5 van het Nage-No-Kata.
    • Kandidaten met 100 examenpunten hebben voor het examen voor de 3e Dan een vrijstelling voor het onderdeel Katame-No-Kata.

Artikel 13. Aanmelding techniek examen

  1. Aanmelding voor een techniek examen moet geschieden middels het daarvoor bestemde aanmeldingsformulier, welk moet worden ondertekend door een judoleraar-B, die lid moet zijn van de JBN. Voor de aanmelding van de 1e of de 2e Dan dient deze in het bezit te zijn van een hogere Dan, dan de graad waarvoor techniek examen wordt aangevraagd. Voor de aanmelding voor de 3e, de 4e en de 5e Dan dient deze minimaal dezelfde Dan te bezitten.
  2. Het bondsbestuur respectievelijk de districtsbesturen bepalen de termijn vóór het examen, waarop het aanmeldingsformulier techniek examen op het bondsbureau respectievelijk op een door het districtsbestuur opgegeven adres moet zijn ontvangen.
  3. Het techniek examen dient te worden afgelegd in het district waar de kandidaat staat geregistreerd. Indien er dringende redenen zijn het techniek examen in een ander district af te leggen, dient door de kandidaat een met redenen omkleed schriftelijk verzoek tenminste zes weken vóór het betreffende techniek examen te worden ingediend bij het districtsbestuur van het district waar de kandidaat staat geregistreerd. Indien dit districtsbestuur het verzoek honoreert vraagt zij het districtsbestuur van het andere district eveneens toestemming te geven. Het besluit wordt schriftelijk aan de kandidaat medegedeeld. Kosten hiermede verband houdend worden in onderling overleg tussen de betrokken districten geregeld. Aan de kandidaat mogen geen extra kosten in rekening worden gebracht.
  4. Voor de 4e en de 5e Dan moet de kandidaat voor elke datum waarop hij deelneemt aan één of meerdere deelexamen(s) een aanmeldingsformulier opsturen.

Artikel 14. Examencommissie

  1. Het techniek examen wordt afgenomen door een examencommissie, bestaande uit drie personen.
  2. Voor elke examenzitting worden één of meerdere examencommissies samengesteld.
  3. Zowel de NGCJ als de DGCJ's kunnen examinatoren aantrekken voor het afnemen van techniek examens.
  4. De NGCJ dient examinatoren aan te trekken die tenminste de 6e Dan bezitten en judoleraar-B zijn.
  5. De DGCJ's dienen examinatoren aan te trekken die tenminste de 3e Dan bezitten en judoleraar-B zijn. Van iedere examencommissie moet één examinator tenminste de 4e Dan bezitten. Hieraan kunnen dus twee examinatoren met een 3e Dan worden toegevoegd.
  6. De examinatoren dienen een hogere Dan te bezitten dan de graad waarvoor examen wordt afgelegd.
  7. Examinatoren mogen geen eigen leerlingen examineren.
  8. Examinatoren gaan gekleed in de door het bondsbestuur respectievelijk het betreffende districtsbestuur voorgeschreven kleding.
  9. De voorzitter van de NGCJ respectievelijk de betreffende DGCJ of hun plaatsvervanger zorgt voor de indeling van de examinatoren en de kandidaten en wijst voor elke examencommissie een hoofdexaminator aan.
  10. De examinatoren houden vóór het begin van de examenzitting een voorbespreking over de gang van zaken tijdens de examens. Na het laatste examen komen de examinatoren bijeen voor een nabespreking om de uitslag van de examens vast te stellen. De voorzitter van de NGCJ respectievelijk de betreffende DGCJ of hun plaatsvervanger leidt de voor- en nabespreking.
  11. Indien een judoleraar-B hiertoe vóór het techniek examen een verzoek indient, is het hem toegestaan bij de examens voor de 1e, de 2e of de 3e Dan van zijn opgegeven kandidaten bij de examinatoren plaats te nemen. Hij mag dan volgens de richtlijnen van de examinatoren zijn kandidaat opdracht geven de voor de betreffende graad vereiste technieken uit te voeren. De examinatoren behouden daarbij het recht om aanvullende opdrachten te geven. De betrokken leraar heeft geen stem in de beoordeling van de uitgevoerde opdrachten.

Artikel 15. Partners

  1. Voor de 1e, de 2e en de 3e Dan mag een kandidaat per techniek examen maximaal twee judoka's als partner laten fungeren. Voor de 4e en de 5e Dan geldt deze beperking niet.
  2. De partner(s) dient (dienen) lid te zijn van de JBN. Voor de partner(s) is het bepaalde in artikel 1 lid 2 eveneens van toepassing.

Artikel 16. Vastleggen examen op foto, film of video

  1. Een kandidaat mag, na goedkeuring door de voorzitter van de NGCJ respectievelijk de betreffende DGCJ of hun plaatsvervanger, toestemming geven tot het vastleggen van zijn examen op foto, film of video.
  2. Er mag (mogen) geen flitslicht of extra lamp(en) worden gebruikt.
  3. Een examencommissie mag op geen enkele wijze last ondervinden of worden afgeleid door de in lid 1 bedoelde activiteiten. Indien dit naar de mening van de betreffende examencommissie toch het geval is, heeft de voorzitter van de NGCJ respectievelijk de betreffende DGCJ of hun plaatsvervanger, het recht de toestemming in te trekken.

Artikel 17. Beoordeling

  1. De examinator dient bij de beoordeling gebruik te maken van de cijfers 1 t/m 10:
    1. zeer slecht
    2. slecht
    3. zeer onvoldoende
    4. onvoldoende
    5. bijna voldoende
    6. voldoende
    7. ruim voldoende
    8. goed
    9. zeer goed
    10. uitmuntend
  2. Elke examinator geeft onafhankelijk van en zonder onderling vooroverleg met de andere examinatoren per onderdeel een cijfer. Na afloop van het examen van de betreffende kandidaat worden de cijfers van alle examinatoren per onderdeel verzameld door de voorzitter van de NGCJ respectievelijk de voorzitter van de betreffende DGCJ, of door hun plaatsvervanger.
  3. Indien twee of meer examinatoren het cijfer 5 of een lager cijfer hebben gegeven, is de kandidaat voor het betreffende onderdeel afgewezen. In alle andere gevallen is de kandidaat voor dat onderdeel geslaagd.
  4. De voorzitter van de NGCJ respectievelijk de betreffende DGCJ of hun plaatsvervanger maakt na de nabespreking de uitslag van de examens bekend.
  5. Aan de kandidaat die is afgewezen, wordt de reden van de afwijzing medegedeeld en indien hem wordt toegestaan herexamen te doen, zal eveneens worden meegedeeld worden voor welk onderdeel respectievelijk welke onderdelen dit herexamen dient te worden afgelegd. De bedoelde mededelingen worden gedaan door of namens de voorzitter van de NGCJ respectievelijk de betreffende DGCJ en kunnen aan het einde van de examenzitting mondeling dan wel binnen veertien dagen schriftelijk worden gedaan, zulks ter beoordeling van de NGCJ respectievelijk de betreffende DGCJ.
  6. Na het bekendmaken van de uitslag van het examen wordt aan de geslaagden een diploma en bij het behalen van de 1e Dan tevens een zwarte band uitgereikt.

Artikel 18. Herexamen

Voor een herexamen voor de 1e, de 2e en de 3e Dan gelden de volgende regels:

  1. Indien de kandidaat wordt afgewezen, heeft de kandidaat recht op een herexamen voor het (de) betreffende onderdeel (onderdelen).
  2. Indien de kandidaat wederom wordt afgewezen, heeft de kandidaat recht op nog één herexamen.
  3. Het bondsbestuur bepaalt het bedrag dat voor een herexamen moet worden betaald. Het bondsbestuur respectievelijk het betreffende districtsbestuur bepaalt op welke wijze de betaling van het bedrag moet plaatsvinden.
  4. Een herexamen moet worden aangevraagd zoals omschreven is in artikel 13.
  5. Indien bij herexamen of bij eventueel tweede herexamen de geldigheidsduur van het bewijs van deelname verstreken is op de datum van het eerstvolgende techniek examen, is het de kandidaat toegestaan aan dit examen deel te nemen.
  6. Indien de kandidaat bij een tweede herexamen voor één of meerdere onderdelen opnieuw wordt afgewezen, is de kandidaat voor de betreffende graad definitief gezakt en vervallen alle daarvóór behaalde resultaten en moet een nieuw examen worden aangevraagd zoals omschreven is in artikel 9.

Voor een herexamen voor de 4e en de 5e Dan gelden de volgende regels:

  1. Indien de kandidaat wordt afgewezen, heeft de kandidaat recht op herexamen voor het (de) betreffende onderdeel (onderdelen).
  2. Het bondsbestuur bepaalt het bedrag dat voor een herexamen moet worden betaald en bepaalt tevens op welke wijze de betaling van het bedrag moet plaatsvinden.
  3. Een herexamen moet worden aangevraagd zoals omschreven is in artikel 13
  4. Indien bij herexamen de geldigheidsduur van het bewijs van deelname verstreken is op de datum van het eerstvolgende examen, is het de kandidaat eenmalig toegestaan aan dit examen deel te nemen.

Artikel 19. Beroepsmogelijkheid

  1. Indien naar de mening van de judoleraar-B, die het techniek examen heeft aangevraagd, de bij een techniek examen gevolgde procedure niet overeenkomstig dit reglement is geweest, kan hij zich binnen één maand na de betreffende examenzitting schriftelijk beroepen bij het bondsbestuur respectievelijk bij de betreffende districtsbestuur.
  2. Van een negatieve beslissing op een beroep bij het districtsbestuur kan binnen veertien dagen na dagtekening van de beslissing schriftelijk beroep worden aangetekend bij het bondsbestuur.

Artikel 20. Verslaglegging

  1. De behaalde graad wordt door de voorzitter van de NGCJ respectievelijk de voorzitter van de betreffende DGCJ of door hun plaatsvervanger in het bondspaspoort van de kandidaat aangetekend en wordt bekrachtigd door een afdruk van het NGCJ/DGCJ-stempel.
  2. De eindresultaten van het techniek examen dienen binnen drie weken na het examen naar het bondsbureau respectievelijk naar het betreffende districtsbestuur te worden gestuurd.

Artikel 21. Promoties door wedstrijdprestaties

Behoudens bij de nationale kampioenschappen onder 15 jaar, heeft een judoka die kampioen van Nederland wordt, nadat aan de leeftijd- en wachttijd criteria is voldaan, recht op de volgende promoties:

  • een 1e Kyu judo promoveert tot de 1e Dan judo;
  • een 1e Dan judo, die als 1e Dan tweemaal kampioen van Nederland wordt, promoveert tot de 2e Dan judo;
  • een 2e Dan judo, die als 2e Dan tweemaal kampioen van Nederland wordt, promoveert tot de 3e Dan judo;
  • een 3e Dan judo, die als 3e Dan driemaal kampioen van Nederland wordt, promoveert tot de 4e Dan judo;
  • een 4e Dan judo, die als 4e Dan viermaal kampioen van Nederland wordt, promoveert tot de 5e Dan judo.

Artikel 22. Europese en Wereldkampioenschappen, Olympische Spelen

  1. Bij het behalen van een 1e, 2e of 3e plaats bij een Europees Kampioenschap of Wereldkampioenschap judo of bij het onderdeel judo van de Olympische Spelen kan het bondsbestuur een bijzondere promotie verlenen.
  2. Na advies van de NGCJ kan het bondsbestuur ook aan andere personen, die bij Europese en Wereldkampioenschappen, Olympische Spelen resultaten behaalden, een promotie verlenen.

Artikel 23. Uitreiking

  1. Promoties volgens artikel 21 en 22 worden door of namens de bondsvoorzitter respectievelijk de desbetreffende districtsvoorzitter uitgereikt.
  2. Datum, tijd en locatie worden door het bondsbestuur respectievelijk het betreffende districtsbestuur vastgesteld.

Aanvullende bepalingen

Artikel 24. Gelijkstelling

  1. Indien in dit reglement wordt gesproken over judoleraar-B, judoleraar-A en jeugdjudoleider, wordt daaronder tevens begrepen de daaraan door het bondsbestuur gelijkgestelden.
  2. Een assistent judoleraar is, wat het verlenen van graden betreft, gelijkgesteld aan een judoleraar-A met dien verstande dat hij slechts mag gradueren met toestemming van de leraar onder wiens supervisorschap hij staat.

Artikel 25. Datum van ingang en overgangsregeling

  1. Dit reglement treedt in werking op een door het bondsbestuur te bepalen tijdstip.
  2. Een eventuele overgangsregeling wordt door het bondsbestuur in overleg met de NGCJ vastgesteld.

Graduaties G-Judo.

Artikel 26. Graduaties 1e tot en met 3e Dan voor G-Judo.

  1. De gebruikelijke aanvraagprocedure dient gevolgd te worden en als uitgangspunt gelden de Danexameneisen Judo zoals vermeld in hoofdstuk 6.4.
  2. De leraar geeft op de aanvraag schriftelijk aan wat van deze eisen niet haalbaar is voor de betreffende kandidaat. Voor de eisen die i.v.m. de handicap niet haalbaar zijn dient men tegelijkertijd met de aanvraag een alternatief programma mee te sturen. Dit alternatieve programma moet vervangende technieken bevatten, die in aantal, tijd en zwaarte het niet getoonde kunnen compenseren, waaronder een vorm van kata.
  3. Op verzoek van de leraar kan een lid van de DGCJ vóór het examen de vaardigheid van de betreffende kandidaat observeren en een advies geven met betrekking tot het wel of niet deelnemen aan een examen en zo ja in wat voor omgeving. Dit advies is niet bindend.
  4. De kandidaat doet examen tijdens een techniek examen zoals bedoeld in artikel 12 lid 1 in het district waaronder zij/hij ressorteert. De leraar van de kandidaat kan echter een met redenen omkleed schriftelijk verzoek indienen bij het districtsbestuur van het district waar de kandidaat staat geregistreerd, om het examen te mogen afleggen in de eigen omgeving van de kandidaat. Indien het districtsbestuur dit verzoek afwijst, dient men de motivering hiervan binnen één maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk aan de leraar mede te delen. De leraar kan tegen de beslissing in beroep gaan bij het bondsbestuur. Dit beroep dient schriftelijk te geschieden binnen veertien dagen na de ontvangst van de mededeling. De uitspraak van het bondsbestuur is bindend.
  5. Als het examen wordt afgelegd in de eigen omgeving, dan worden plaats en tijd afgesproken met de DGCJ. Reiskosten dienen te worden vergoed door de kandidaat. Hierbij worden de tarieven aangehouden zoals deze bij de JBN worden gehanteerd.
  6. Indien dit door de handicap van de kandidaat door de begeleider of door de examencommissie noodzakelijk wordt geacht, is het - in afwijking van het gestelde in artikel 14 lid 11 met betrekking tot judoleraar-B - toegestaan dat de begeleider de in dit lid 11 bedoelde opdrachten aan de kandidaat geeft, of op andere wijze de examinatoren assisteert.