Misschien iets voor jou?

Controletechnieken Verwurgingen Vechtsportshop

Misschien iets voor jou?

Werptechnieken

Binnen de judo zijn er diverse werptechnieken. Dit zijn de:

  • beenworpen (ashi waza);
  • heupworpen (koshi waza);
  • schouderworpen (kata waza);
  • armworpen (te waza);
  • offerworpen (sutemi waza).

Beenworpen

Binnen de judo zijn er vijftien verschillende beenworpen. Ze zijn van een t/m vijftien ook genummerd. De eerste worp heet “de eerste beenworp” en de vijftiende heet de “vijftiende beenworp”. De beenworpen worden uitgevoerd met het been of de voet van de judoka en uitgeoefend op het been of de voet van de tegenstander. De tegenstander wordt eerst uit balans gebracht.

Heupworpen

Goshi-waza betekent heupwropen. De basis heupworp is erop gericht om de tegenstander met behulp van de heup te werpen (over de heup werpen). Dit gebeurt wanneer de tegenstander uit balans is. Evenals de beenworpen, zijn er 15 verschillende heupworpen.

Schouderworpen

De Kata Waza wordt vanuit de schouder gedaan. Het is eveneens een techniek om de tegenstander op de grond te gooien. Zo kun je de tegenstander dragen op de schouder en daarna laten vallen. Ook kun je hem dragen op de schouder en daarna werpen.

Armworpen

Bij armworpen gebruik je alleen je armen. Er zijn in totaal 9 verschillende armworpen. Een voorbeeld is de Tai Otoshi, de eerste armworp. Je brengt je tegenstander rechts naar voren uit balans. Je drukt je rechterarm dicht tegen je tegenstander aan en duwt en draait terwijl je je linkerbeen naar achteren plaatst. Je blokkeert met je rechterbeen zijn rechterenkel en werpt dan met kracht.

Offerworpen

Iemand die een offerworp geeft laat zich als het ware vallen en 'offert' zich, vandaar de naam offerworpen. Offerworpen worden aangeleerd door gevorderde judoka's. De judoka moet namelijk ervaren zijn in het valbreken.